Klantverhaal ZRAF: “Van ’s ochtends tot ’s avonds hetzelfde resultaat”
Bij ZRAF moest het ontbramen mee met de rest van een sterk geautomatiseerde plaatwerkproductie. De prioriteit: hoge snelheid zonder dat de kwaliteit afhangt van voortdurend bijregelen.
ZRAF in Raamsdonksveer verwerkt staal, RVS en aluminium van ongeveer 0,5 tot 25 mm voor onder meer automotive, scheepvaart en machinebouw. Het bedrijf produceert zowel enkelstuks als complete producten en investeert stevig in automatisering. In het lasersnijden werkt ZRAF met Bystronic; de nabewerking moest hetzelfde niveau van proceszekerheid krijgen.
Ontbramen was er niet nieuw. ZRAF beschikte al over een machine, maar moest die vaak ombouwen. Tegelijk nam de vraag toe naar een betere kantdekking en een hoogwaardige afwerking van stalen componenten. Een tweede machine moest daarom niet alleen extra capaciteit brengen, maar het proces ook constanter maken.
Pjotr van Noort noemt daarbij drie praktische eisen. Licht vervormde platen moeten veilig door de machine kunnen zonder dat een rotoraggregaat het werkstuk grijpt en door de machine slingert. Een radius van ongeveer 0,5 mm moet vlot haalbaar zijn. En vooral: het resultaat moet bij hoge snelheid gelijk blijven. Dat laatste is precies waar automatische slijtagecompensatie in de praktijk waarde krijgt.
De borstels worden automatisch op hoogte gesteld en lopen periodiek langs een sensor die de actuele borstelhoogte controleert. Op basis daarvan corrigeert de machine zichzelf. Van Noort: “Dat betekent eigenlijk dat een operator vrijwel van ’s ochtends tot ’s avonds hetzelfde resultaat behaalt. Wat je verwacht, komt er ook uit.” Voor ZRAF is dat een duidelijk verschil met een proces waarin een operator gedurende de dag moet blijven stellen en bijregelen.
Ook bij productwissels wordt tijd gewonnen. ZRAF gebruikt veelvuldig de voorgeprogrammeerde functies: machine stoppen, het volgende programma selecteren en verder draaien. Dikte en materiaalinstellingen die al eerder zijn bepaald, hoeven niet opnieuw te worden gezocht.
Bij de keuze speelde tot slot de afstand tot de fabrikant mee. Van Noort noemt België voor een Nederlandse gebruiker bewust “een lokale producent”. Zijn ervaring: “Als er iets is, wordt het opgelost.” Dat maakt deze case vooral relevant voor bedrijven die hun snijproces al ver hebben geautomatiseerd: de winst zit niet alleen in sneller ontbramen, maar in een nabewerking die voorspelbaar genoeg is om in diezelfde productielogica mee te draaien.
