39% van de Belgen blijft digitaal kwetsbaar
Barometer Digitale Inclusie 2026 toont gemengd beeld
Steeds meer Belgische huishoudens zijn online, maar de digitale sociale ongelijkheid blijft hardnekkig. Volgens de nieuwe Barometer Digitale Inclusie van de Koning Boudewijnstichting is in 2025 39% van de 16- tot 74-jarigen digitaal kwetsbaar: zij gebruiken geen internet of beschikken over beperkte digitale vaardigheden. Bij 75- tot 89-jarigen loopt dit op tot 81%. Tegelijk wint artificiële intelligentie snel aan terrein, met 42% gebruikers onder 16- tot 89-jarigen. De barometer is gebaseerd op Statbel-gegevens uit 2025 en werd uitgewerkt door onderzoeksteams van Imec-mict (UGent) en IACCHOS-CIRTES (UCLouvain), in het kader van de Digitale Week (6–16 oktober).
Reële maar beperkte vooruitgang
In 2025 heeft 95% van de Belgische huishoudens thuis internettoegang. Slechts 4% van de 16- tot 74-jarigen gebruikt geen internet meer. De kloof blijft echter groot bij ouderen: 34% van de 75- tot 89-jarigen is niet online. Ook bij mensen met een laag opleidingsniveau en bij gepensioneerden bedraagt het aandeel niet-gebruikers 11%.
Het gebruik van essentiële onlinediensten (internetbankieren, e-overheid, e-health, e-commerce) stijgt, maar ongelijkheden blijven. Van de internetgebruikers met een laag opleidingsniveau gebruikt 36% geen online-overheidsdiensten, vier keer meer dan bij hogeropgeleiden. Wie uitsluitend via smartphone online gaat, blijft vaker achter: 38% gebruikt deze diensten niet, tegenover 12% bij wie meerdere toestellen inzet.
Externe hulp blijft cruciaal: 28% van de internetgebruikers doet beroep op hulp voor online administratieve stappen. Dat aandeel stijgt tot 40% bij laagopgeleiden en tot 36% bij mensen met beperkte digitale vaardigheden.
Bijna vier op tien kwetsbaar
De algemene situatie verandert beperkt: 39% van de 16- tot 74-jarigen is digitaal kwetsbaar (4% geen gebruikers, 35% beperkte vaardigheden), amper één procentpunt minder dan in 2023.
Sterk getroffen groepen zijn onder meer: - 75- tot 89-jarigen: 81% - Mensen met laag inkomen: 48% - Mensen met laag opleidingsniveau: 67% - Personen van buiten de EU: 47% - Personen met gezondheidsproblemen of handicap: 56% - Werkzoekenden: 41%
Op vlak van vaardigheden blijven onlineveiligheid en probleemoplossend vermogen de grootste werkpunten. 27% van de 16- tot 74-jarige internetgebruikers heeft geen enkele digitale veiligheidsvaardigheid. Ook bij jongeren zijn er hiaten: 1 op 5 van de 16- tot 24-jarigen mist basiscompetenties rond onlineveiligheid.
AI en gevoel van uitsluiting
Artificiële intelligentie is intussen wijdverspreid: 42% van de 16- tot 89-jarigen gebruikte in de voorbije drie maanden een AI-toepassing. De leeftijdskloof is groot: 75% bij 16- tot 24-jarigen tegenover 8% bij 75- tot 89-jarigen. Zonder kritische en bewuste omgang kan AI een nieuwe bron van ongelijkheid worden.
Geen internetgebruik heeft ook een sociale impact. Van de niet-gebruikers tussen 16 en 89 jaar voelt 56% zich sterk (24%) of zeer sterk (32%) uitgesloten omdat ze niet online zijn. Dat gevoel is het meest uitgesproken bij 75- tot 89-jarigen (75%) en bij mensen met een laag inkomen (62%).
Kost voor huishoudens
De financiële drempel weegt op kwetsbare groepen. Huishoudens met een laag inkomen besteden gemiddeld 617 euro per jaar aan internet. Ondanks hun lagere middelen ligt dit dicht bij de uitgaven van meer bemiddelde huishoudens. Eenoudergezinnen springen eruit: zij zijn allemaal aangesloten en besteden gemiddeld 841 euro per jaar aan internet.
Nood aan geïntegreerde aanpak
De barometer besluit dat toegang alleen niet volstaat: de kwaliteit van de toegang, het zelfstandig kunnen gebruiken van essentiële diensten, onlineveiligheid en het kritisch omgaan met nieuwe tools zoals AI worden doorslaggevend. Omdat digitalisering steeds belangrijker is voor toegang tot overheidsdiensten, gezondheidszorg, werk en huisvesting, is een brede, gecoördineerde aanpak nodig: gebruiksvriendelijke en toegankelijke onlinediensten, blijvende investeringen in digitale vaardigheden, kwaliteitsvolle begeleiding én volwaardige niet-digitale alternatieven die fundamentele rechten voor iedereen garanderen.