Nieuwe maatregelen beschermen Europese staalindustrie
Te veel staal op de wereldmarkt

Vanaf 1 juli 2026 gelden nieuwe Europese regels voor staalimport. Ze moeten de Europese staalindustrie beschermen tegen wereldwijde overproductie, duurzame investeringen stimuleren en jobs veiligstellen. In België telt de sector zo’n 11 500 werknemers.
Vanaf 1 juli 2026 gelden nieuwe Europese regels voor de invoer van staal. Daarmee wil de Europese Unie haar staalindustrie beter beschermen tegen het teveel aan staal op de wereldmarkt en oneerlijke concurrentie. De nieuwe verordening vervangt een eerdere Europese vrijwaringsmaatregel die afliep op 30 juni 2026.
Antwoord op wereldwijde overcapaciteit
De nieuwe regels beperken de hoeveelheid staal die jaarlijks zonder invoerrechten in de EU mag worden ingevoerd tot 18,3 miljoen ton. Dit betekent een gemiddelde daling van 47% in tolvrije import ten opzichte van de oude quota. Voor invoer boven die grens geldt een heffing van 50% voor 26 categorieën staalproducten.
De staalindustrie staat al jaren onder druk door een wereldwijd overaanbod, dat internationale markten verstoort. Vandaag bedraagt de overcapaciteit meer dan 620 miljoen ton. Tegen 2027 kan die oplopen tot 721 miljoen ton, ruim vijf keer het jaarlijkse staalverbruik van de EU.
Strategische sector in België
Ook in België is de staalindustrie van groot belang. De sector stelt ongeveer 11.500 mensen te werk. De nieuwe maatregelen moeten bijdragen aan het behoud van industriële werkgelegenheid in regio's met een sterke staaltraditie, zoals Luik, Charleroi en Gent. Vooral Luik en Charleroi kregen in het verleden al te maken met ingrijpende herstructureringen.
Duidelijke regels voor staalimport
Om de impact op handelspartners te beperken, verdeelt de EU de invoerquota op basis van duidelijke en objectieve criteria.
De helft van de jaarlijkse quota wordt voorbehouden voor landen waarmee de EU een vrijhandelsakkoord heeft. De andere helft blijft beschikbaar voor alle handelspartners. Zo behouden landen met een vrijhandelsakkoord een belangrijk aandeel in de toegang tot de Europese markt.
Bij de verdeling wordt ook rekening gehouden met historische handelsstromen. Landen die tussen 2022 en 2024 minstens 5% van de Europese invoer van een bepaald staalproduct vertegenwoordigden, kunnen landenspecifieke quota krijgen. Andere handelspartners maken gebruik van de resterende volumes.
Landen die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER) zijn volledig vrijgesteld van importtarieven en quota.
Meer ruimte voor investeringen en innovatie
De nieuwe regels moeten niet alleen eerlijke concurrentie herstellen, maar ook zorgen voor meer transparantie in de toeleveringsketen. Alle importeurs, ook uit EER-landen, zullen informatie moeten verstrekken over de plaats waar het staal werd gesmolten en gegoten.
Daarnaast krijgen Europese staalproducenten hiermee meer ademruimte om te investeren in innovatie en schonere productiemethoden. Tegelijk wil de EU voldoende diversiteit in de bevoorrading behouden en haar internationale handelsverplichtingen respecteren.
Volgende stappen
Omdat de quota vanaf 1 juli 2026 van kracht worden, voorziet de staalverordening in een spoedprocedure. De lidstaten krijgen daardoor 14 dagen om te stemmen nadat het college van commissarissen de uitvoeringsverordening heeft goedgekeurd.
De uitvoeringsverordening blijft maximaal zes maanden van kracht. Tegen het einde van 2026 wordt ze opnieuw aan de lidstaten voorgelegd, ditmaal via de normale procedure.
De Europese Commissie blijft ook samenwerken met internationale partners binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO).