naar top
Menu
Logo Print

VERKEERDE KEUZE BUIGPROCES KAN LEIDEN TOT VERLIES PLAATMATERIAAL

Populairste buigmethodes voor dun plaatmateriaal

Het buigen of plooien van plaatmateriaal kan ondergebracht worden onder de algemene noemer omvormprocessen. Kenmerkend voor deze manier van omvormen is dat het materiaal onder invloed van een buigmoment aan één zijde gaat rekken en aan een andere zijde gaat stuiken. Zoals u in het artikel zal ontdekken, zijn er verscheidene buigmethodes. Factoren die bij uw keuze beslissend zullen zijn: afmetingen en geometrie van het materiaal, de gewenste nauwkeurigheid en de seriegrootte. We zetten voor u even de populairste buigprocessen op een rijtje. Bij de meest toegepaste staan we iets langer stil...

BUIGEN OF SCHEUREN?

Wil men bij het buigen tot het meest rendabele resultaat komen, dan houdt men best enkele basisprincipes in het achterhoofd. Het buigproces is immers een delicate zaak. Er zijn heel wat aandachtspunten waarmee men dient rekening te houden om tot het gewenste resultaat te komen.

  • Scheurvorming door het plooien van een te kleine productradius;
  • Hoek- en radiusafwijkingen door terugvering en een spreiding in terugvering;
  • Maatafwijkingen door een verkeerde uitslagbepaling en plooivolgorde

WERKVOORBEREIDING

Bij het plooien bestaat de werkvoorbereiding uit een zestal fasen:

  • uitslagbepaling
  • vastleggen van de plooivolgorde
  • bepalen van de aanslagposities
  • het opstellen van het gereedschap
  • diepte-instelling van de pers
  • postprocessen

ONDERSCHEID BUIGPROCESSEN

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de volgende buigprocessen:

Vrijbuigen

Het vrijbuigen is veruit de populairste buigtechniek bij het buigen van plaatmateriaal. De grootste troef van deze basistechniek is het flexibele karakter. Ondanks een aantal niet te onderschatten beperkingen blijft het de meest toegepaste buigmethode. Het vrijbuigen is in feite een driepuntsbuiging en op grond van flexibiliteit de meest toegepaste buigmethode. Deze methode wordt met universele gereedschappen uitgevoerd.

Voor het vrijbuigen doet men beroep op universele gereedschappen. Hierbij gaat het voornamelijk om ondergereedschap (matrijs) met V-opening, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Er kan ook worden geopteerd voor een rechthoekige groef. Een andere factor die een bijdrage levert aan de flexibiliteit is het aantal gereedschapswissels dat aanzienlijk beperkt kan worden. Hierbij dient men wel rekening te houden met het feit dat de productradius, naast de aard van het productmateriaal, in belangrijke mate wordt bepaald door de grootte van de V-opening. Vrijbuigen heeft voor een goede buiging relatief weinig buigkrachten nodig. Dit gegeven is vooral van belang bij het construeren van de gereedschappen. Weinig buigkrachten betekent dat het gereedschap niet te robuust hoeft te zijn. Gereedschappen kunnen dus slank geconstrueerd worden. Dit opent een aantal mogelijkheden, met de vormgevingsvrijheid als belangrijkste.

Mogelijke problematiek

Een belangrijk aandachtspunt is de buigradius. Deze dient men voortdurend in het oog te houden, zo niet verhoogt het risico op insnoering en/of scheurvorming. Het is van belang de te verwachten productradius bij vrijbuigen in de werkvoorbereidingsfase te berekenen, anders worden fouten gemaakt bij de uitslagbepaling.

Driepuntsbuigen

Het proces van het driepuntsbuigen (als variant op het vrijbuigen) kenmerkt zich door zijn grote flexibiliteit in combinatie met een hoge nauwkeurigheid. Het proces onderscheidt zich van het vrijbuigen doordat de referentiepunten aan dezelfde zijde van de uitslag liggen. De invloed van de materiaaldikte is hierdoor dus geëlimineerd. De producthoek wordt bepaald door de hoogteverstelling in de matrijs. Deze hoogteverstelling wordt door spieën teweeggebracht.

Vijfpuntsbuigen

Het vijfpuntsbuigen is een tussenvorm van het vrijbuigen en matrijsbuigen. Hierbij is zowel de stempelhoek als de matrijshoek 2 tot 4° kleiner dan de gewenste producthoek. Hierdoor is er aan het einde van de persslag ruimte om bij de gewenste producthoek de gevraagde productradius dichter te benaderen.

Matrijsbuigen

Indien de gevraagde tolerantie van de productradius en producthoek klein is, is het matrijsbuigen een optie. Hierdoor kunnen dankzij de hoge kalibreerdrukken bij kleine productradii (< 5 x de plaatdikte) hoektoleranties van +/- 0,2° en radiustoleranties van +/- 0,1 mm worden gerealiseerd. Bij kleine radii kan een kalibreerdruk van 3 tot 5 keer de trekvastheid de terugvering compenseren. Dit maakt overigens in het algemeen een productgebonden gereedschap noodzakelijk. Voor kleine series is dat dus relatief kostelijk.

Strijkbuigen

Het strijkbuigen wijkt af van het standaardbuigen, in die zin dat bij het strijkbuigen een plaatdeel wordt vastgeklemd door de neerhouder op het ondergereedschap. Bij dit proces wordt het plaatmateriaal op de onderbalk geklemd en verplaatst de bovenstempel zich ten opzichte van de ondermatrijs verticaal omlaag. Het gereedschap (strijkmes) buigt vervolgens het overstekende deel rond de buiglijst.

Zwenkbuigen

Ook het zwenkbuigen is in quasi niets te vergelijken met de traditionelere buigprocessen, zoals het vrijbuigen. Deze methode komt goed tot zijn recht in het geval grote beenlengten nauwkeurig moeten worden gezet. Men kan hiermee zowel grote als kleine radii zetten. Het langste plaatbeen wordt ingeklemd tussen klembalken, waarna de buigbalk omhoog komt en het uitstekende plaatdeel rond een buiglijst buigt.