naar top
Menu
Logo Print

LASCOÖRDINATOREN OPGELET: NIEUWE NORM EN ISO 15614-1

Lasmethodekwalificatienorm van kracht sinds 19 juli 2017

 

Tijdens het zomerverlof is de lasmethodekwalificatienorm EN ISO 15614-1 vervangen door de EN ISO 15614-1:2017. Deze nieuwe norm dient vanaf 19 juli 2017 gevolgd te worden in België. Dit hoeft echter niet per se te leiden tot paniek of onnodige kosten, zoals blijkt uit het volgende overzicht van de feiten.

NIEUWE NORM

De nieuwe norm EN ISO 15614-1:2017 beschrijft de voorwaarden waaronder de proceduretest moet worden uitgevoerd, de minimumeisen, de soorten mechanische beproeving en het geldigheidsbereik bij het booglassen van staal- en nikkellegeringen.

Twee kwalificatielevels

De belangrijkste verandering is dat de norm ruimer is geworden en nu twee levels van kwalificatie bevat, Level 1 en Level 2. Het eerste level is gebaseerd op de eisen van de Amerikaanse norm ASME IX, terwijl het tweede level gebaseerd is op de voorgaande norm EN ISO 15614-1. We stellen vast dat Level 2 uitgebreider is wat betreft labobeproeving en beperkter van geldigheidsbereik in vergelijking met Level 1. Hieruit volgt dat de procedures die uitgevoerd zijn volgens Level 2, ook automatisch gekwalificeerd zijn als 'Level 1 en Level 2'. Omgekeerd is dit niet het geval. Dit betekent ook dat het volgens de nieuwe norm kan volstaan om met één kwalificatie te voldoen aan zowel de Amerikaanse ASME IX- als de Europese ISO-norm. Wanneer er in de overeenkomst geen leveldetails worden gespecificeerd, is Level 2 automatisch verplicht.

Bestaande lasmethodekwalificaties

Het is nog maar de vraag wat er nu zal gebeuren met de bestaande lasmethodekwalificaties.

  • De eerste mogelijkheid is dat het geldigheidsbereik van de oude EN ISO 15614-1 van toepassing blijft op de bestaande kwalificaties. De oude norm blijft dan geldig, ook al wordt er naar de nieuwe norm EN ISO 15614-1:2017 verwezen.
  • Een tweede mogelijkheid is om de bestaande kwalificaties om te zetten naar de nieuwe norm, op voorwaarde dat alle beproevingen en beproevingsresultaten voldoen aan deze EN ISO 15614-1:2017. Waar er dan extra testen noodzakelijk zijn, volstaat het om enkel deze uit te voeren op een werkstuk, zoals beschreven in de norm. Het uiteindelijke geldigheidsbereik wordt dan volgens de nieuwe norm bepaald.

VERDERE WIJZIGINGEN

  • De hardheidstesten moeten aan het begin van de las (koude zijde) in plaats van aan het einde van de las worden uitgevoerd;
  • Het geldigheidsbereik van een stompe naad bestaat uit een afzonderlijk geldigheidsbereik van plaatdikte en lasmetaaldikte;
  • Het geldigheidsbereik van de hoeklas is ruimer geworden. Zo heeft een gelaste plaat 3 < t < 30 een geldigheidsbereik van 3 mm tot 2 t, vroeger was dit 0,5 t (3 min.) tot 2 t (met t = plaatdikte). Bij een enkellaaghoeklas met t ≥ 30 mm is het geldigheidsbereik van de keelhoogte nu 0,75 a tot 1,5 a, terwijl het vroeger beperkt was tot a (met a = de keelhoogte van het proefstuk op de pWPS).
  • Bij geavanceerde stroombronnen die gebruikmaken van 'Waveform controlled welding', is de kwalificatie beperkt tot het merk van de stroombron en de wavevormeigenschappen (bv. Lincoln STT proces, Fronius CMT proces, Kemppi FastRoot+ …).
  • De warmte-inbreng kan gedefinieerd worden door Heat Input of Arc Energy volgens ISO TR 18491.
  • De voorwarmtemperatuur mag tot 50 °C kouder zijn dan het gelaste proefstuk. Aan de voorwaarden van ISO TR 17671-2 dient er wel nog steeds voldaan te zijn bij het lassen.
  • Het merk van toevoegmaterialen (ook voor gevulde lasdraden) is niet langer een vereiste bij kwalificaties met een testtemperatuur van -20 °C of hoger. Hierdoor kunnen staalconstructeurs gemakkelijker van leverancier veranderen. Wel dienen de coderingen (mechanische eigenschappen) met elkaar te matchen.
  • Het gebruikte beschermgas is niet meer beperkt door de gasgroep, maar door de chemische samenstelling van het gas
    waar een afwijking van 20% van het CO2-gehalte toelaatbaar is. Praktisch voorbeeld: indien de proef gelast is met een ISO 14175:2008-M21-ArC-18 (= 18% CO2) beschermgas, kunnen achteraf onder meer de volgende beschermgassen gebruikt worden in de praktijk:
    ISO 14175:2008-M20-ArC-15 (15% CO2)
    ISO 14175:2008-M21-ArC-18 (18% CO2)
    ISO 14175:2008-M21-ArC-20 (20% CO2)

Alles bij elkaar is de balans dus positief: de nieuwe norm brengt voornamelijk voordelen met zich mee, eerder dan nieuwe verplichtingen.