naar top
Menu
Logo Print

TOELEVERANCIERS KREUNEN
ONDER TEKORT AAN TECHNISCH PERSONEEL

Interview met Camille Mommer van Agoria

CamilleMommer
Camille Mommer,
business group leader van de divisie subcontracting bij Agoria

Toeleveranciers in ons land blijven voor enkele grote uitdagingen staan. Dat was enkele jaren geleden al zo, toen we met enkele spelers rond de tafel gingen zitten voor een debat over subcontracting. Volgens Camille Mommer, sinds enkele maanden aan de slag als business group leader van de divisie subcontracting bij Agoria, is de grootste bekommernis vandaag het tekort aan technisch geschoold personeel. Ook de nood aan samenwerking tussen verschillende bedrijven onderling moet nog verder gestimuleerd worden.

Welke bekommernissen hebben de toeleveranciers vandaag?

Camille Mommer: “Zonder twijfel het gebrek aan technisch geschoold personeel. Daar liggen toeleveranciers steeds vaker wakker van. Het probleem treft de gehele maakindustrie. De ervaren vakmensen bereiken een pensioengerechtigde leeftijd, maar de opvolging staat niet klaar. De situatie is zelfs zo ernstig dat sommige bedrijven blij zijn als hun groei stagneert of zelfs daalt, omdat ze het anders niet allemaal kunnen bolwerken. Hun orderboekjes zitten overvol. Als hier op korte termijn niets aan wordt gedaan, betekent dit volgens hen de dood van de sector. Bij sommige bedrijven is het probleem in die mate diepgeworteld dat ze zelfs geen pogingen meer doen om tot een oplossing te komen. Ze zijn gedemotiveerd omdat het probleem al jaren blijft aanslepen."

De cijfers bevestigen dat ook. Steeds minder jongeren kiezen voor een technische opleiding. Wat is daar de oorzaak van?

Camille Mommer: “De sector kampt met een enorm imagoprobleem. Technische opleidingen worden - onterecht - gezien als minderwaardig. Terwijl vanuit de werkvloer steeds meer wordt verwacht van het personeel. Denk maar aan het aansturen van verschillende machines, al dan niet met automatisatie of cobots. Heel wat toeleveranciers merken op de arbeidsmarkt een grote onwil bij bachelors om in een fabriek aan de slag te gaan. Zij besloten vaak om verder te studeren, net om manueel werk te vermijden. Daar hoort blijkbaar ook een soort inferieur gevoel bij ten opzichte van bedienden met een kantoorjob. Het typische beeld van een hiërarchie. Iemand vertelde me onlangs dat het tegenwoordig gemakkelijker is om iemand met een ingenieursdiploma in te schakelen als operator aan een machine dan een pas afgestudeerde met een bachelordiploma. Daar zit dus iets grondig fout. Onze samenleving is gehersenspoeld richting een service-industrie en veel mensen weten niet eens of een technische job wel iets voor hen zou kunnen zijn."

“DE SECTOR KAMPT MET EEN ENORM IMAGO-PROBLEEM.
TECHNISCHE OPLEIDINGEN WORDEN ONTERECHT GEZIEN ALS MINDERWAARDIG"

Hoe pakken de toeleveranciers het probleem van het nijpende personeelstekort aan?

Camille Mommer: “Men probeert oudere en ervaren werknemers langer in dienst te houden of lonkt wel eens naar gekwalificeerd personeel bij concurrenten. Maar vaak ontbreekt een langetermijnvisie om het probleem structureel aan te pakken. Al ligt er voor sommige bedrijven ook enorm potentieel in het digitaliseren en automatiseren van productieprocessen. Die bedrijven zullen op termijn sneller geschikt personeel vinden. Anderen moeten vooral op fingerspitzengefühl bij hun operatoren rekenen. Zij organiseren vaak zelf opleidingen voor hun nieuwe medewerkers, een investering van tijd en geld, maar stellen nu vast dat zelfs het personeel om nieuwe medewerkers op te leiden er soms niet meer is."

We hebben in het verleden al kunnen vaststellen dat bedrijven vooral in de richting van de overheid kijken, in de hoop dat zij met een oplossing zullen komen voor het onderwijs. Maar is de oplossing geen gedeelde verantwoordelijkheid?

Camille Mommer: “Absoluut. Al ligt voor een stuk de taak uiteraard wel bij de overheid om technische opleidingen aantrekkelijk(er) te maken. We moeten streven naar meer werkervaring voor studenten, aan de hand van stages of trajecten zoals duaal leren. Dit vergt natuurlijk ook heel wat tijd en inspanning van de bedrijven. Zij stellen op dit moment vooral vast dat pas afgestudeerden soms een vertekend beeld hebben van de taken die ze zullen moeten uitvoeren op de werkvloer. En ook daar kunnen bedrijven zelf het verschil maken, door de jobinvulling van de operator voldoende uitdagend te maken."

Dit stelt ons meteen voor een ander dilemma: generaliseren of specialiseren?

Camille Mommer: “Dat moet elke toeleverancier en elk bedrijf voor zichzelf bepalen. De meningen hierover zijn nogal verdeeld. Terwijl de een er bewust voor kiest om het personeel maximaal inzetbaar te maken en erop rekent dat alle operatoren voldoende flexibiliteit aan de dag kunnen leggen om de verschillende machines aan te sturen, ziet de ander vooral heil in gespecialiseerde operatoren die elk hun eigen domein en bijhorende machines hebben. De algemene tendens is dat vooral jongeren openstaan voor nieuwe uitdagingen en afwisseling op hun job. De ene visie is in dit geval niet per se beter dan de andere, al heb ik hierbij nog een bedenking. Vooral bij kleinere bedrijven zoals kmo's is het takenpakket van de CEO te zwaar. Ze doen alles zelf, van verkoop tot boekhouding en personeelsmanagement. Misschien kan het geen kwaad om sommige van die taken, zoals hr, uit handen te geven?"

“MEN PROBEERT OUDERE EN ERVAREN WERKNEMERS LANGER IN DIENST TE HOUDEN,
MAAR HET ONTBREEKT AAN EEN LANGETERMIJNVISIE"

Veel 'maar' en 'als' … terwijl het personeelstekort wel dringend aangepakt moet worden. Wat staat nu nog te gebeuren?

Camille Mommer: “Het antwoord hierop ligt niet voor de hand. De oplossing zal hoogstwaarschijnlijk bestaan uit een combinatie van verschillende factoren, want eigenlijk is het tekort aan technisch geschoold personeel een problematiek die al veertig jaar aan de gang is, maar pas nu de verschillende sectoren en toeleveranciers in een wurggreep houdt. Hoe lossen we dit op korte termijn op? Veelbelovend vind ik een werkgroep die onlangs werd opgericht en waarbij een aantal bedrijven en enkele ouders werden ondervraagd. Daar kwam onder andere het huidige onderwijssysteem ter sprake, omdat er nog te veel sprake is van een watervalsysteem. Dit houdt in dat leerlingen - al dan niet onder druk van familie en vrienden - beginnen in het aso, maar gaandeweg 'zakken' naar tso en bso. Dit sluit nauw aan bij het imagoprobleem, waarvan ik eerder al sprak."

Nochtans, enkele jaren geleden gingen we met enkele toeleveranciers rond de tafel zitten en toen spraken zij amper over dat tekort aan technisch geschoold personeel. Het kwam wel aan bod, maar de grootste bekommernissen bleken toen vooral de nood aan samenwerking en co-engineering. Nu niet meer?

Camille Mommer: “Eigenlijk zijn al deze problematieken voor een groot stuk met elkaar verbonden. In de eerste plaats merkten toeleveranciers toen vooral dat de kennis bij grote bedrijven verdween en dat de verantwoordelijkheid plots bij hen kwam te liggen. Er ontstond een soort van pre-processing, al bleek de klant daarvoor niet te willen betalen. Vooral complexe werkstukken en producten waar bedrijven zelf vaak problemen mee hadden, leenden zich tot co-engineering, voor simpele stukken ging dit niet op. Men streefde toen voor een stuk naar het heropvoeden van de klanten, om te vermijden dat bij ons een prototype werd gemaakt en de productie vervolgens in het buitenland werd opgestart. Die concurrentie is er overigens nog steeds, maar is op dit moment verre van de grootste bekommernis bij de verschillende toeleveranciers. Naast het tekort aan technisch geschoold personeel is er momenteel vooral nood aan meer samenwerking."

AgoriaWaarom? Welke meerwaarde zien bedrijven in een netwerk van 'partners' en bedrijven waarmee ze kunnen samenwerken?

Camille Mommer: “Wanneer de economische conjunctuur goed is en de bestellingen binnenlopen, kunnen toeleveranciers soms niet alle orders verwerken, omdat hun machines niet over voldoende capaciteit beschikken. Ze breken al enkele jaren hun hoofd over de vraag hoe ze die pieken in de productie kunnen opvangen. Zo kwam vanuit de toeleveranciers de vraag om een wettelijk kader, maar blijkt dit in de praktijk niet (helemaal) haalbaar. Het is in dit geval de taak van Agoria om onze leden opportuniteiten te bieden waarbij bedrijven vertrouwensrelaties kunnen opbouwen. Ze zoeken immers naar conculega's die dezelfde waarden en normen hebben en voldoen aan hun eigen hoge kwaliteitseisen. We kunnen hen hierbij op twee manieren helpen.

Ten eerste zullen we enkele kleinschalige en lokale evenementen organiseren. Bedoeling is vooral om de andere bedrijven in de regio te leren kennen. Dergelijke evenementen organiseren we al enkele jaren, maar de nood eraan is vooral voor kmo's nog niet helemaal ingevuld. Het zou niet slecht zijn om met verschillende spelers van gelijkaardige grootte rond de tafel te gaan zitten en over de problematiek te praten. Zo zetten ze alvast een eerste stap om vertrouwensrelaties op te bouwen.

Daarnaast zie ik heel wat potentieel in deelplatformen zoals i.Revitalise. Zij willen de industrie met elkaar in contact brengen en ervoor zorgen dat de industriële capaciteit in ons land beter benut wordt. Het principe vertrekt van het concept van de deeleconomie, een soort publieke marktplaats voor bedrijven, instellingen en overheidsorganisatie. Bedrijven die capaciteit zoeken, kunnen er terecht om beschikbare infrastructuur te vinden, terwijl eigenaars van onbenutte capaciteit hun infrastructuur kunnen aanbieden. Een interessant principe met heel wat potentieel, maar ook enkele valkuilen."

Zijn er nog andere zaken die de toeleverancier 's nachts wakker houden?

Camille Mommer: “Niet alleen toeleveranciers, maar bij uitbreiding alle sectoren maken zich heel wat zorgen over de stijgende energieprijzen. Die neemt een steeds groter wordende hap uit het budget en kan op langere termijn de groei belemmeren. Ook een administratieve vereenvoudiging zou voor heel wat bedrijven een verademing zijn, evenals regelgeving en rechtszekerheid. Het dienstenpakket van Agoria is hierop afgestemd. De hoge loonkost blijft verder nog een issue, al willen bedrijven vandaag vooral goed personeel in dienst kúnnen nemen."

AGORIA SUBCONTRACTING

De bedrijvengroep subcontracting verenigt de ondernemingen die geen eigen producten aanbieden, maar die wel in onderaanneming diensten en oplossingen aanreiken voor een groot aantal bedrijfstakken. Deze groep omvat ondernemingen die gespecialiseerd zijn in frezen, snijden, dieptrekken, oppervlaktebehandeling, zinkvonken, 3D-printen, gieten van onderdelen, spuitgieten, extruderen enz.

Een comité bestaande uit verantwoordelijken van bedrijven uit de sector komt regelmatig samen om te bepalen welke acties moeten worden gevoerd en welke standpunten moeten worden verdedigd.

Agoria voert businessdevelopmentacties zoals de 'Inkopersbeurs' (meetings voor subcontractors en opdrachtgevers), bedrijfsbezoeken, ontmoetingen met potentiële klanten, een brandingcampagne om het imago van de sector te verbeteren.

AGORIA METAALBEWERKING

AGORIA

+3227067800
-